- Neem je drum altijd ergens mee heen in een goede tas; onder goed verstaan wij een tas, die een stevige, waterafstotende buitenkant heeft en goed gevoerd is aan de binnenkant. Op deze manier bescherm je de drum tegen vocht en tegen beschadigingen bij het transport.
- Zorg goed voor de huid van de drum. Dat betekent, dat je regelmatig even controleert of de vacht niet bros begint te worden. Eén keer in de zoveel tijd veeg je even met een doekje (of een stukje keukenrol; maar net wat voor jou het handigst is), waarop je een beetje olie hebt gedaan, met de haren mee. Zorg, dat het niet echt vet wordt (het doekje mag dus absoluut niet NAT zijn van de olie). Een heel klein beetje is echt genoeg en het hoeft echt niet elke maand. Je houdt de haren zo soepel en ze breken minder snel. Je kunt door de olie, die je gebruikt een beetje van een essentiële olie doen voor de geur; dat ligt helemaal aan jouw voorkeur. Gebruik wel een olie op dierlijke of plantaardige basis. Aardolie producten kunnen de huid en de haren vernielen.
- De huid met haren is gewoon vergelijkbaar met wol: dat betekent, dat die gevoelig is voor vraat door bijvoorbeeld motten. Heb je één keer mot in je drum, dan heb je dus onherstelbare schade. Het is verstandig, om je drum eens per jaar een paar dagen in een gesloten vuilniszak te doen met een paar mottenballen erbij (bv. die van het Kruidvat; deze zijn niet te duur); zo houd je de huid mot werend.
- Pas op met vocht; de huid is niet gelooid en kan in erg vochtige omstandigheden echt wel
gaan rotten! - Pas op met een te hoge temperatuur; hang je drum nooit in de volle zon. De huid wordt er
ontzettend strak van en je zal niet de eerste zijn, die tot de ontdekking komt, dat de klank
daarna blijvend is veranderd. - Controleer de spanning die op de huid staat. Ga je de drum even niet gebruiken (geldt ook bij het meenemen) kijk dan of je iets spanning van de huid af kunt halen. Sommige drums
hebben daar een speciale stemdraad voor. Door de spanning een tijdje te verminderen kan
de huid zich wat herstellen en blijft de klank het mooiste. - Klinkt je drum erg dof en/of lusteloos span de huid dan iets strakker; in de praktijk van een drumcirkel buiten kan dit ook betekenen, dat de drum even bij het kampvuur moet staan; de huid trekt dan wat strakker en de klank verbetert.
- Klinkt je drum te fel of te "droog" verlaag dan de spanning iets; dit kan je ook bereiken, door met een vochtige doek/hand de huid van buiten een beetje vochtig te maken; hierdoor wordt het vel wat slapper en verdwijnt de felheid een beetje.
- Bij een wat oudere drum kan het slim zijn om de binnenzijde van de huid een keer af te
vegen met een doekje met wat olie (net als voor de buitenzijde onder punt 2.); let er ook hier op, dat het doekje niet NAT is van de olie; je hoeft het er niet in te wrijven, aaien is genoeg. Dit hoef je niet elk jaar te doen.
Reactie plaatsen
Reacties